De geschiedenis van de herenmode

herenmode

Al deze veranderingen hadden één belangrijk effect: De wereld van de Herenmode Breda werd slimmer en slimmer.

Vóór de jaren zestig besteedden de meeste mannen niet veel aandacht aan hun werkkleding. Omdat mannen niet op de hoogte waren van de veranderende modetrends, prezen zij kwaliteitskleding die in dure winkels werd verkocht. Maar de ochtend van 1 mei 1960 veranderde pas echt de manier waarop mannen naar hun garderobe keken. 7 mei was de eerste “Dag van de Sporter”. De eerste vijf dagen van de “Dag van de Sporter” staan genoteerd als “Dag van de Sporter”, maar op de vijfde dag gingen mannen over de hele wereld de straat op in hun beste kleren – maatpakken, gestreepte broeken, opzichtige overhemden, en aktetassen in de hand. Ze wilden bewijzen dat ze meer modebewust waren dan hun tegenhangers.

De eerste moderne zaken- en mode-industrie voor de massamarkt was gebaseerd op “provocerende, verfijnde, glamoureuze kleding” – de eerste modeshows voor mannen werden gehouden op bordeaux-rode zijde; bont werd besteld om te worden gedragen naar kantoor of “naar de races” (rassige pakken); “chique privé-jets werden gretig aangeschaft” (die goden van het bedrijfsleven, of het nu uitwendige of inwendige tulbanden waren, bleven zelden lang op één plaats). Mannen begonnen zorgvuldig aandacht te besteden aan hun uiterlijk.

Als de veranderingen op tijd waren gekomen, zou het eenmansleger van de jaren zestig misschien uitsluitend uit arbeiders uit de Bronx hebben bestaan; arbeiders zijn immers niet goedkoop. Zoals het was, begon de Amerikaanse droom van opwaartse mobiliteit te mislukken. In de woorden van Zayn-ul-Abidin, een van de Egyptenaren die in de jaren dertig van de vorige eeuw schreef, “in de gelederen van de armen werd de reputatie van de kapper minder -“. Mannen gingen werken in “grailands”, wat vertaald “heuvelmensen” of “sjacheraars” betekent.

Wat gebeurde er? De tegenstrijdige kracht in de maatschappij creëerde een kloof tussen de middenstanders, die het zich konden veroorloven status te verwerven in de hogere klassen, en de arbeiders, die het zich niet konden veroorloven status te verliezen in de lagere maatschappij.

De maatschappij wil niet alleen de stof niet meer benadrukken, maar ook de armen doen passen in het ideaal – het stippellijnenraster van de vrije tijd. Zo getuigen de snit en de stijl van de vrijetijdskleding van een flexibiliteit die de middenstanders bereid waren te bieden. Vaak droegen zij koopmanspakken, gekleed tot op hun tennisschoenen: het kon een speciale omzetbelasting zijn die op die dag werd betaald, het kon een speciale verkoopdag zijn geweest: het kon iets zijn dat niet veel geld kostte.

Wat te doen? Hoe kunnen we de kloof beginnen te dichten? Mijn eerste impuls is het benadrukken van elk voordeel dat we hebben. Maar in de maatschappij kunnen we niet zonder de andere aanwezige drijfveren: solidariteit, gemeenschap, saamhorigheid. Hoe creëren we een sociaal extract uit de cocon van commerciële informatie? Hoe vergemakkelijken wij de aanpassing van de eisen en creëren wij de structuur van de nieuwe gemeenschap? En vooral, hoe overtuigen wij de mensen ervan dat de nieuwe betekenissen in de wereld iets betekenen in vergelijking met de oude betekenissen?

De maatschappij eist dat wij onderscheid maken tussen het echte en het onechte, tussen dingen die gezien en dingen die gevoeld worden. De hogere klasse inspecteert haar leden dan ook nauwgezet, en altijd in het geheim, om er zeker van te zijn dat zij op hen lijken als de fabriekselfen. De mensen van de lagere klasse zouden willen dat zij even vrij waren als degenen die boven hen staan. De wens om erbij te horen is algemeen, maar de wil om op te vallen is sterker: wij streven ernaar niet de klonen te zijn, wij wensen ons te onderscheiden van de achtergronden waarin wij model staan. Als gemeenschap zijn we altijd verdeeld langs de klasse-kleur lijnen: de blauwe hemden van de conservatieve middenklasse en de regenboog kleding van de Creolen, de vrouwen zijn verdeeld in twee groepen: zij die roze dragen (de kleur van ondergoed) en zij die blauw verkiezen (de kleur van schittering). De twee uitersten krijgen verschillende morele schakeringen aangeboden- enerzijds de super liberale klasse (de crème de la crème van de middenklasse) grenzend aan Beginner Pink (Groot-Brittannië); anderzijds de oranje ( feesten, enthousiasme, contact met buitenlanders ) en de donkere grote klasse. Tussen oranje en donkerblauw ligt grijs.

De blanke mensen uit de hogere klasse hebben ongetwijfeld hun grimmig witte Barbie-pop-look gekregen. Naast haar pogingen om ons de wet voor te schrijven, heeft Barbie op spectaculaire wijze voorkeuren gekookt voor natuurlijke en plantaardige cosmetica ( o.a. Whitley Streiber heeft deze gekocht in plaats van cosmetica op chemische basis). Het resultaat: zelfgemaakte video’s met opnames van zelfgemaakte video’s. Aan de andere kant zijn we gewend aan het ruiken van voedsel uit een blikje ( met dank aan de textielindustrie); zijn we minder te spreken over veel cosmetica ( waxen); bewonderen we deinction dressing in the works–Tex en zijn we over het algemeen voorstander van bamboe en hennep. Bananenschillen.

 

Leave a Comment

Your email address will not be published.